“Oeh-oehoe-hoe” galmde het uit onze kelen. Ik verbaasde me over wat er kon en hoe dat klonk. Niets klinkt zo mooi als een vrije stem.
Ik had een afspraak met zangdocent Christina Plein. Ik wilde leren om mijn stem bij presentaties beter onder controle te krijgen, zij was benieuwd hoe PCT als theoretisch kader haar zangonderwijs kan verrijken. Christina liet me ervaren hoe leren zingen werkt. Als je bepaalde verwachtingen hebt van je stem die niet overeenkomen met jouw mogelijkheden op dat moment – je wilt bijvoorbeeld zingen als Adele – dan zit dat enorm in de weg. Je wringt, dwingt, forceert je stem tot iets wat nog niet kan.
Leren zingen begint onderop in je perceptuele hiërarchie. Het begint bij het voelen en ervaren van verschillende klanken die vrijuit van binnen komen. Ik leerde hoe spanning voor een presentatie mijn stem op slot zet, en hoe ik de spanning én mijn stem kan laten zakken door aandacht te geven aan wat er in mijn lichaam gebeurt. Soms kon ik het niet laten, ook tijdens het zingen, om na te denken over hoe dit allemaal precies werkte. Dat merkte Christina op – als mijn aandacht verdeeld is, dan hoor je dat. Dan is die stem dus niet vrij, dan is er ruis, wil er tegelijkertijd iets anders.
Ik bleek het beste te zingen als het me lukte om in het hier en nu aanwezig te blijven. Door met mijn handen mee te bewegen, door de hele innerlijke ruimte te vullen met zang. Dan is er geen stemmetje dat meedenkt, er iets van vindt, dat probeert te bepalen hoe het moet worden. De klank ontstaat. En soms wordt het dan precies goed.
Die ervaring herken ik uit het presenteren. Als ik in contact ben met het publiek, als mijn aandacht daar is, dan gaat het fantastisch. Dat gevoel ken ik ook in gesprekken waarin je over en weer met voorbeelden komt, lacht, contact maakt, elkaar verbaast en meeneemt in je verhaal. Zonder plan hoe het moet worden heb je controle: je zorgt ervoor dat het levendig is, dat de aandacht gegrepen is, dat je nieuwsgierig bent en blijft. Als de aandacht even verslapt, grijp je in met een grapje. Moeiteloos en ongemerkt.
Twee kanten van controle
Als je error hebt, als er iets niet is zoals je wilt dat het is, kun je twee kanten op. Je kunt reguleren of reorganiseren.
Regulatie is wat we vaak bedoelen als we het over controle hebben. Om de error te verminderen verander je de wereld, je variëert je output, handelt linksom of rechtsom, zodat je krijgt wat je wilt. De error verdwijnt doordat je de wereld hebt veranderd. Je ervaring komt nu overeen met je referentiewaarde. Deze vorm van controle is dezelfde als de technologische controlemechanismen in onze omgeving, zoals cruise-control en de thermostaat.
Maar je kunt die error ook via de andere kant verminderen; niet door de wereld te veranderen maar door jezelf te veranderen. Dan blijft je input – wat je waarneemt – stabiel, maar verander je je referentiewaarden totdat je wilt wat je krijgt. Het resultaat van dit proces is acceptatie: je hebt vrede met dat wat er is. Door reorganisatie van je interne wereld is de error teruggebracht tot nul, en is er dus controle. Deze vorm van controle ontbreekt vaak in de machines om ons heen – die kunnen zichzelf niet veranderen. Maar ze is alomtegenwoordig in de organische wereld, de planten, schimmels, dieren. Die passen zich aan en weten zo te overleven.

Wisselwerking
Die twee kanten van controle zijn in voortdurende wisselwerking, zo merkte ik in de zangles. Er is ruimte om een klank te laten ontstaan, waardoor ik ontdek hoe een klank kan zijn en er vervolgens op kan sturen.
Zo ontstaat vertrouwen. Met het vertrouwen in mijn stem, groeide ook het vertrouwen in de perceptual control theory. Wat ik beweer over controle klopt met mijn ervaring.
Ik realiseerde me dat dit mechanisme van leren universeel is. Als ik kijk naar wat ik doe als docent en wat ik doe als therapeut, dan zie ik dat ik hetzelfde proces faciliteer. Als docent help ik studenten om hun vaardigheid te ontwikkelen van binnenuit. Als ze in oefengesprekken oog krijgen voor wat er in henzelf en in hun gesprekspartner gebeurt, ontstaan daar de mogelijkheden voor controle. Als je weet wat je wilt, kun je daarop sturen. Dat weten wat je wilt begint van binnenuit, in de ervaring van luisteren en voelen.
In therapie is het net zo. Je kunt als cliënt of therapeut allerlei ideeën hebben over hoe het leven zou moeten zijn, hoe je zou willen zijn, hoe je je zou willen voelen, maar daar heb je weinig aan als dat steeds niet lukt. Daarom staan we in therapiegesprekken stil bij alles wat er in het hier-en-nu gebeurt. Wat merk je nu? Wat voel je daar? Wat gebeurt er nu? Zo kan ook hier controle van binnenuit ontstaan, in de wisselwerking tussen stilstaan en doorgaan, in de ruimte tussen willen en voelen. Daar vindt de vrije stem haar weg.